Inspiratie _

“De Juf en de Kunst” praat met: Sjaan van Riel

In de serie “De Juf en de Kunst” duikt onze collega Maria Hendriks-Jacobs de diepte in met verschillende docenten, kunstenaars, muzikanten en theatermakers uit het CVU-netwerk. Dit keer spreekt ze met Sjaan van Riel: ontwerper, kunstenaar, creatief projectleider, coach en trainer verbonden aan de Maakruimte. 

Daar is Sjaan. Ik ken haar nog niet, maar als ik haar zie voor de ingang van de bibliotheek, weet ik meteen dat zij het is. Opvallend genoeg is de bieb nog onbekend terrein voor haar. Ze kwam er wel vaak -lang geleden- toen het nog postkantoor was en nu kijkt ze haar ogen uit.

We nestelen ons in het restaurantje op de tweede, waar precies nog één tafeltje vrij is.

Sjaan van Riel is een CVU’er van het eerste uur. In de tijd dat Creatief Vermogen Utrecht werd opgericht (2013) was zij in Leidsche Rijn met nagenoeg hetzelfde bezig: contacten leggen met scholen om het cultuuronderwijs op poten te zetten.

 

“Net als Creatief Vermogen Utrecht probeerde ik culturele aanbieders in de stad in contact te brengen met de scholen. Ik was een soort tussenpersoon. Zo kwamen CVU en ik bij elkaar, wat heel fijn was. Vanuit de scholen werkte ik nauw samen met De Boomgaard en De Achtbaan. Aan de kant van de aanbieders werkte ik voor ’t Hoogt en EKKO. Zelf ben ik met de Maakruimte een langdurig partnerschap aangegaan met de Blauwe Aventurijn. Veel later is daar Montessorischool Oog in Al bij gekomen.”

“In die eerste tijd schudde de Utrechtse cultuureducatie op haar grondvesten. De gemeente had besloten het geld voor cultuureducatie niet meer aan het Utrechts Centrum voor de Kunsten (bestaat inmiddels niet meer) toe te kennen maar aan de scholen zelf. Er was veel werk aan de winkel, want scholen moesten nu hun eigen cultuuronderwijs gaan inrichten. Wij, kunstdocenten en makers wilden daar graag bij helpen.”

“Zo beginnen vanaf de bodem daar houd ik van. Leidsche Rijn lag in die jaren nog deels braak. Er werden grote basisscholen opgericht en her en der stond nog een oude, vervallen boerderij. Het gaf een gevoel dat alles nog mogelijk was. Later heb ik op andere plekken hetzelfde gedaan; pionieren. Beginnen bij het begin.”

“Nog altijd voel ik mij zeer betrokken bij het CVU-netwerk. Misschien ben ik de laatste tijd wat minder zichtbaar, maar met de collega-partners werk ik graag samen.”

Kun je wat vertellen over je achtergrond?

“Ik groeide op in een gezin in een Brabantse stad. Mijn ouders kwamen uit grote katholieke families. Er was veel samenhorigheid in onze buurt, maar ik had nooit het gevoel dat ik daar deel van uitmaakte. Mijn zus noemde mij liefkozend “het roze schaap” en dat ben ik eigenlijk altijd gebleven.”

“Mijn citoscore leidde mij helaas naar de HAVO. Zelf had ik daar andere ideeën over. Ik had bedacht dat ik naar de LTS (voormalig technische school) wilde, dan naar het MBO, HBO en dan architect worden. Leren door eerst een ambacht te leren en van daaruit op te klimmen. Toen was ik al een bouwer. Het liep anders. Na mijn HAVO-eindexamen ging ik naar de Pabo in Tilburg. Ik was (en ben) gek op kinderen, maar kwam al gauw van een koude kermis thuis. Het ging mis tijdens mijn stages. Die juffen en die regels! Ik was zo anders en moest het op hun manier doen: tot mijn verbijstering moest ik het drukke jongetje de klas uitsturen. Ik zag het helemaal anders en voelde me beklemd door de regels en wetten van het schoolsysteem. Ik kon en wilde mij daar niet aan conformeren. Toen ben ik overgestapt naar de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU), waar ik Drie-dimensionele Vormgeving ging doen. Tegenwoordig heet deze richting Spatial Design. Wij waren destijds de eerste lichting. Er was veel ruimte voor experiment.”

Paste de academie wel bij jou? Wat heb je geleerd tijdens deze studietijd?

“Kletsverhalen ophangen, hahaha! Ik heb geleerd te praten over kunst. Vanuit het hoofd. Het maakte niet uit wat je zei over je werk, als het maar geloofwaardig klonk.”

“Als onderdeel van de studie ben ik een jaar naar Barcelona geweest.” Dat was te gek. Anders dan in Nederland, begon je hier met ambacht en vakmanschap. Materialenkennis, technieken leren. Dat sloot erg aan bij wat ik wilde. Ik heb nog steeds mateloos veel bewondering voor mensen die een ambacht verstaan. Het heeft te maken met de aandacht en toewijding die ze in hun werk leggen. Voor mij is dit inspiratie, nog steeds”

“Ik ben afgestudeerd in community-art. Ik ben altijd op zoek naar verbinding, misschien wel vanuit mijn jeugd waar ik het zocht en níet vond. Nog steeds zie ik mezelf als een vormgever van ontmoetingen, tussen mensen, ideeën en werelden. Dat is wat ik doe.”

Hoe ziet jouw werk er nu uit?

“Tegenwoordig huis ik met mijn organisatie “De Maakruimte” in De Zeepfabriek in Nieuwegein. Een prachtige plek aan het Merwedekanaal, waar in het verleden Persil-zeep werd geproduceerd – ‘Voor al uw wasch’. Ik ben sinds lange tijd de stad uit dus. Al werk ik nog steeds met Utrechtse scholen en woon ik nog steeds in Hoograven. De Maakruimte helpt scholen van denken naar doen te komen door de creatieve ruimte op te zoeken via prototyping, samenwerkingen en leren door te maken. Op dit moment zijn we vooral bezig met creatieve leeromgevingen ontwikkelen op het VMBO.”

“Ik houd van de positie die ik kan innemen als ik geen vast onderdeel ben van het schoolsysteem. Zo blijf ik mij vrij voelen en kan ik met de kinderen en jongeren werken op een manier die bij hen en bij mij past. Ik maak het lokaal gezellig, ik zorg voor een creatieve werkomgeving en voor veel verschillende materialen. Ik werk vanuit de overtuiging dat de inhoud zich zal ontvouwen. Van de kinderen/jongeren vraag ik alleen dat ze komen en dat ze er energie in steken. En zelfs als ze binnenkomen met een “ik-wil -hier-niet-zijn”-houding, vind ik meestal een ingang. Ik laat ze een beetje en geef ze iets eenvoudigs te doen om tot een begin te komen. Contact, daar komt het eigenlijk op neer.”

Kun je een parel noemen uit de praktijk van jouw werk?

“Zeker, Ik gaf een schilderles aan een groep op de Blauwe Aventurijn. Ik had de ruimte mooi ingericht en schildersezels in een cirkel klaargezet; de kinderen moesten een stilleven schilderen. Iedereen begon en was op z’n eigen een manier prachtig werk aan het maken. Eén jongen was enorm aan het worstelen. Het lukte hem niet zich te concentreren en hij was ontevreden over zijn schilderij. Aanwijzingen om hem verder te helpen maakten het niet beter. Op een gegeven moment heb ik hem eruit gehaald en ben ik samen met hem andere taken gaan doen, zoals de kwasten wassen. Tussendoor gingen we steeds even terug naar zijn stilleven en deed hij er iets kleins aan. Ik vroeg hem samen met mij na te denken over een goede manier om alle schilderijen tentoon te stellen. Uiteindelijk heeft hij zijn eigen werk afgemaakt en werd hij curator van de expositie. Natuurlijk was hij heel trots. En ik op hem.”

Wat inspireert jou? Wat voedt jou? 

“Ik heb altijd honger. Dus ik zie veel. Voorstellingen, exposities. Ik doe zogenaamde ‘artist dates’, wat inhoudt dat ik in ieder geval wekelijks een culturele activiteit plan. Ooit bedacht door Julia Cameron die “The Artist’s Way” schreef.”

“Wat mij ook inspireert is het regelmatig veranderen van plek, doelgroep en materiaal. Dit heb ik nodig om fris en alert te blijven. Zo ben ik momenteel op residentie in Apeldoorn voor een art based research-project “Hink Stap Sprong “. Heel goed voor mij om uit mijn bubbel te treden en een nieuwe stad en nieuwe mensen te leren kennen. We zijn nog in de onderzoeksfase en weten -zoals een goed creatief proces betaamt- nog niet precies waar het toe gaat leiden, maar het wordt sowieso community art: met en voor de Apeldoorners.”

“Wat mij nog meer voeding en bewustwording geeft is de yoga-opleiding die ik heb gevolgd. Ik ben mijzelf hierdoor beter gaan begrijpen. Ik snap beter welke rol ik heb als leider van een groep en wat ik kan doen om de ontwikkeling van anderen te stimuleren.  Bovendien heb ik door yoga ontdekt dat ik zelf ook graag leer. Ik dacht eerst altijd dat ik een goede juf was en een slechte leerling.”

Hoe zie je de toekomst? Wat zijn jouw ambities?

“Dat vind ik niet boeiend om over na te denken. Ik zie mijn leven en werk als een maakproces, als kunst. Ik heb er vertrouwen in dat het zich ontwikkelt en dat van het een het ander komt’. Daar hoort ook bij dat er soms leegte is of dat het proces lijkt stil te staan. Frustratie en niet-weten kunnen ook voorkomen. Maar zolang ik energie geef en in contact blijf met mijzelf en de mensen met wie ik werk, ontstaat er iets nieuws.”

Sjaan verwoordt het prachtig. Dit is de weg van de kunstenaar. 

Als het onderwijs en de kunst in één iemand samenkomen, dan is het wel in Sjaan.

We ronden ons gesprek af en maken nog snel een foto; Sjaan moet door naar een volgende afspraak. Wat een bijzondere, gepassioneerde, rebelse diamant in ons CVU-netwerk is zij!

Maria Hendriks-Jacobs

Maart 2026

FotoSjaanvanRiel_kopie_kleiner

“De Juf en de Kunst” praat met: Sjaan van Riel

In de serie “De Juf en de Kunst” duikt onze collega Maria Hendriks-Jacobs de diepte in met verschillende docenten, kunstenaars, muzikanten en theatermakers uit het CVU-netwerk. Dit keer spreekt ze met Sjaan van Riel: ontwerper, kunstenaar, creatief projectleider, coach en trainer verbonden aan de Maakruimte. 

Manne Heijmans

“De Juf en de Kunst” praat met: Manne Heijman

In de serie “De Juf en de Kunst” duikt onze collega Maria Jacobs de diepte in met verschillende docenten, kunstenaars, muzikanten en theatermakers uit het CVU netwerk. Dit keer spreekt […]

De Juf en De Kunst Jochem insta

“De Juf en de Kunst” praat met: Jochem Bosselaar

De Juf en de Kunst praat met Jochem Bosselaar. Maria Jacobs spreekt met Jochem Bosselaar: beeldend kunstenaar, schrijver en intern cultuurcoördinator bij Kindcentrum Leeuwensteyn. Na een loopbaan als kunstenaar, schrijver en ondernemer stapte hij over naar het onderwijs, op zoek naar meer stabiliteit én betekenis. Binnen Leeuwensteyn – een jonge school met een nieuw, creatief ingericht gebouw – vervult hij een veelzijdige rol: van cultuurcoördinator en leerpleincoach tot docent beeldend vormen en drama.

Jochem voelt zich sterk verbonden met kunst en laat zich inspireren door grote namen als Picasso, Wim T. Schippers en Alex van Warmerdam, maar net zo goed door de onbevangenheid van spelende kinderen. Zijn samenwerking met cultuurhuis Het Wilde Westen en Creatief Vermogen Utrecht helpt hem om kunst en cultuur stevig te verankeren binnen de school.

Naast zijn werk op Leeuwensteyn is Jochem schrijver. Hij publiceerde de roman De Inspirator, maakte een kinderboek met zijn zoon en binnenkort verschijnt zijn tweede roman. Groot dromen doet hij ook: ooit hoopt hij zijn werk verfilmd te zien – het liefst met première in Tuschinski.

naar alle inspiratie