In de serie “De Juf en de Kunst” duikt onze collega Maria Hendriks-Jacobs de diepte in met verschillende docenten, kunstenaars, muzikanten en theatermakers uit het CVU-netwerk. Voor de laatste editie vlak voor de zomerstop spreekt ze met Miranda Kipping: sinds 2020 coördinator van de Brede School Hoograven en actieve en bevlogen kracht in het lerend netwerk.

Wie heeft de Juf en de Kunst nu weer aan de haak geslagen?
Al maanden stond Miranda Kipping op het wensenlijstje voor een interview. Geen kunstenaar ditmaal, maar een doorgewinterde onderwijsvrouw die kunst en cultuur hoog in het vaandel heeft staan.
Miranda is sinds 2020 coördinator van de Brede School Hoograven. Ze werkt samen met creatief partners CO-Utrecht en Het Filiaal theatermakers. Ook is zij al langere tijd lid van de Ontwikkelgroep van CVU, waar zij het onderwijs en de Brede School vertegenwoordigt. Daarnaast is ze vaak aanwezig bij kennisdelingsbijeenkomsten; een bekend gezicht dus. Wie is Miranda en wat beweegt haar?
Heb je altijd in Utrecht gewoond?
“Nee, zeker niet, maar inmiddels woon ik er meer dan de helft van mijn leven. Op mijn achttiende leerde ik mijn grote liefde kennen en dat maakte dat ik de stap waagde uit het veilige Steenwijk in Overijssel, waar ik geboren ben. Ik groeide op in de jaren tachtig en negentig, in een warm gezin met opa’s en oma’s op fietsafstand. Mijn vader was metselaar, mijn moeder huisvrouw. Mijn broer is vier jaar ouder. Ik was een buitenkind en op sommige vlakken ook een buitenbeentje. Ik kon goed leren. Ik was een nieuwsgierig kind dat alles wilde lezen en onderzoeken. Toch werd dit in onze kringen niet direct gezien als iets waarop je trots kon zijn; beter het een beetje stil te houden, ook omdat mijn broer het vanwege zijn dyslexie heel moeilijk had op school. Dat er thuis weinig geld was, merkte ik nauwelijks. Ja, ik mocht niet op paardrijden. Dat was dan waarschijnlijk te duur. Het werd turnen en daar werd ik behoorlijk goed in.”
Wat wilde je later worden, wist je dat al?
“Ik wilde net als mijn vader bij de brandweer. Hij werkte bij de vrijwillige brandweer, uiteindelijk ruim vijfendertig jaar, wat veel invloed had op ons gezin. Zo moest hij vaak onverwacht weg. Als we dan ergens op bezoek waren, moesten wij maar zien thuis te komen. Soms mocht ik met hem mee als er oefeningen waren. Ik vond het prachtig. Later ben ik er wel achter gekomen dat hij hele moeilijke dingen heeft meegemaakt, waar hij thuis niet over praatte. Een carrière bij de brandweer werd uiteindelijk niet mijn bestemming.”
“Na de basisschool, ging ik in eerste instantie naar het VWO. Later, toen ik 15 was en minder motivatie had, ben ik overgestapt naar de HAVO. Daarna ben ik naar de Pabo in Meppel gegaan. Als kind speelde ik al vaak schooltje. Het leek mij mooi om iets te kunnen betekenen voor kinderen. Het afwisselende in de studie -en later ook in de onderwijspraktijk- beviel me goed. Met kinderen is geen dag hetzelfde.”
“Mijn LIO-stage deed ik in Utrecht op de Koekoek in de Vogelwijk. Ik begon er nog voor de befaamde grote zolderverbouwing. Ik startte bij de kleuters en had het er enorm naar mijn zin. Ik had veel vrijheid en mocht van alles uitproberen; de school was zoekende naar een nieuwe koers en ik kon volop pionieren.”
En toen je afgestudeerd leerkracht was?
“Ik kon blijven werken op de Koekoek en heb na de kleuters groep 5-7 en later een groep 3 lesgegeven. Daarna kwam ik op Hof ter Weide terecht, een vernieuwingsschool in Leidsche Rijn. Aan deze tijd heb ik veel goede herinneringen! Weer een school in ontwikkeling, pas opgericht en vol van inspiratie en enthousiasme. We werkten vanuit de theorie van Gardner, waarbij acht verschillende talentgebieden centraal staan. Leerlingen werken vanuit hun interesses en leervoorkeuren en worden gecoacht deze verder te ontwikkelen. Er was veel mogelijk! We waren niet zo vrij als de democratische Iederwijs-scholen, maar vergeleken met het reguliere onderwijs gingen wij echt uit van wat het kind zelf wilde leren. De ouderbetrokkenheid was groot. Ouders kwamen gastlessen geven en waren echt onderdeel van de ‘minimaatschappij’ die Hof ter Weide wilde zijn.”
“Als ik terugdenk aan deze jaren zie ik dat het enorm arbeidsintensief was! We ontwierpen veel onderwijs zelf en schreven voor ieder kind een uitgebreid portfolio, waarbij het leerproces centraal stond. Hier stopten we veel overuren in. Ik vond het niet erg, want ik deed het graag en had de tijd. Toen de opstartjaren voorbij waren, werden de gelden minder en het aantal kinderen meer. Dit zorgde voor aanpassingen in het onderwijsconcept.”
Hoe verliep je onderwijscarrière verder?
“Ik werd moeder en ik wilde mij graag doorontwikkelen in het onderwijs. In 2014 maakte ik de overstap naar Sint Jan de Doper, een katholieke basisschool in Hoograven. Ik werd er bouwcoördinator en volgde tegelijkertijd de opleiding tot schoolleider. Eerst liep ik er stage als schoolleider, later werd ik interim-schooldirecteur. Toen ik de functie eenmaal uitoefende werd me duidelijk hoeveel je bezig bent met randvoorwaarden om de school draaiende te houden: acuut of voor langere duur teamleden vervangen, het alarm dat afgaat in het weekend, financiën, contact met partners, gesprekken met ouders … met het onderwijs en de leerlingen zelf kon ik me toen nauwelijks bezighouden.”
“Er volgde een moeilijke periode. Ik was net opnieuw moeder geworden, we waren verhuisd en in diezelfde tijd werd mijn vader ongeneeslijk ziek. Mijn anker. Toen hij na een jaar overleed stortte mijn wereld in. Ik mis hem nog steeds.”
“Al deze ingrijpende gebeurtenissen maakte dat ik mij ging herbezinnen. Wat was er aan de orde? Wat wilde ik echt? Het is misschien een cliché, maar als er deuren dichtgaan openen zich nieuwe. Ik kwam een baan tegen waar ik direct van dacht: dit is het! In 2020 begon ik als coördinator Brede School Zuid (d.i. Hoograven). “Brede School” is een samenwerkingsverband van basisscholen en wijkpartners zoals DOCK, Stichting JoU, kinderopvang en SportUtrecht, met als doel een rijk en breed aanbod, waarbij we speciale aandacht hebben voor kinderen voor wie meedoen niet vanzelfsprekend is. We investeren ongelijk voor gelijke kansen.”
“Het complexe van het werk is dat ik met zoveel belanghebbenden te maken heb. Ik zie mijzelf als een verbinder; ik analyseer de wensen en talenten en probeer alle neuzen dezelfde kant op te krijgen, steeds in het belang van de kinderen. Daarin ben ik een strijder! Een cowboy word ik wel eens genoemd. De grootste uitdaging is om de gelden zo te verdelen dat iedereen die het nodig heeft erbij gebaat is. Soms moeten er pijnlijke keuzes gemaakt worden. Natuurlijk kan ik het niet altijd voor iedereen goed doen, dat hoort er ook bij.”
Wat inspireert jou? Wie of wat geeft jou energie?
“Inspiratie kan voor mij uit verschillende hoeken komen; een goed gesprek, een boeiend krantenartikel, een beleidsstuk, een voorstelling of expositie. Soms word ik onverwacht geïnspireerd, een andere keer ga ik er bewust naar op zoek. Zelf heb ik een jaar of vijftien improvisatietoneel gedaan. Ik zat bij een theatersportvereniging. Ik ben niet muzikaal, maar houd wel veel van muziek. Ik vind het heerlijk om zelf dingen te maken; dat geeft mij energie.”
Hoe zie je jouw samenwerking met Creatief Vermogen Utrecht?
“Als Brede School hebben we een partnerschap met CO-Utrecht. De peuters vanaf tweeënhalf jaar en de kleuters krijgen al les in verschillende kunstdisciplines. Het streven is dat alle kinderen aan het eind van hun basisschooltijd in aanraking zijn gekomen met alle kunstdisciplines; dat ze daarin nieuwe dingen hebben ontdekt en vaardigheden hebben opgedaan. We zijn nog steeds in ontwikkeling en het aanbod wordt steeds completer.”
“We hebben ook een cultuurcoach in de wijk; Jorn Laponder, educatief medewerker van Het Filiaal theatermakers, tevens verbonden aan Creatief Vermogen Utrecht.”
“Zelf ben ik lid van het ontwikkelteam van CVU. Vanuit mijn ervaring in het onderwijs, mijn contact in de wijk en mijn hart voor cultuur denk ik graag mee over nieuwe plannen en ontwikkelingen.”
Wat zou je wensen voor de toekomst?
“Ik zou wensen dat alle kinderen de kans krijgen zich zo goed mogelijk te ontwikkelen! En dat wij dat met elkaar organiseren vanuit verschillende domeinen, in gelijkwaardige samenwerking. Zo mooi als de voorzieningen in de wijken zich hiervoor inzetten en er ‘breed’ geleerd kan worden.”
“Grappig dat ik het zelf als kind niet gemist heb; de kunst en cultuur. Voorstellingen, concerten, creatieve lessen. Het was er niet en ik wist niet beter. Ik was gewoon op school of ik speelde buiten en ik was gelukkig! De kinderen van nu spenderen veel vrije tijd achter een scherm, mentaal zijn ze minder gezond, ze ervaren stress, zitten meer in hun hoofd. Dat is echt een verschil met vroeger. Ik gun ze nieuwe, creatieve ideeën. Ik gun ze beweging, warrigheid, een beetje gekte. Dat is wat kunstdocenten kunnen brengen.”
Maria Hendriks-Jacobs, juli 2026